Pensioen Online

Gratis offerte
recht op aow
 
 

Welkom op Pensioen Online,
rubriek jaarruimte berekening

 
Gratis pensioenofferte en/of pensioenadvies

jaarruimte berekening nieuws: Lijfrentekapitaal en de jaarruimte

Lijfrentekapitaal en de jaarruimte
Tijdens de opbouwfase van de lijfrente (de periode dat er premie wordt betaald of koopsommen gestort) wordt er een kapitaal opgebouwd dat ter beschikking komt tijdens de uitkeringsperiode. Hoe hoog de lijfrente wordt hangt af van de hoogte van het kapitaal dat wordt opgebouwd, maar ook van de vergoeding die de verzekeraar geeft tijdens de uitkeringsperiode. Het kapitaal wordt namelijk niet in één keer uitgekeerd maar in termijnen.

 

Fiscale aspecten van lijfrente
Er zijn twee soorten aftrekbaarheid: 1. Jaarruimte; hierbij wordt gekeken of er in het jaar van aftrek voldoende pensioen wordt opgebouwd bij de werkgever, hetgeen extra aftrekbaarheid kan opleveren indien dat niet het geval is.
Maar ook het rijden van een auto van de zaak kan tot de verhoging van de
Jaarruimte aanleiding geven. Jaarruimte
In u meer premie wilt aftrekken dan op grond van de basisruimte € 1069 in 2002 dan ontkomt u er niet aan een berekening van de jaarruimte te (laten) maken. De jaarruimte voor mensen in loondienst wordt door de volgende formule bepaald: (17% x (jaarinkomen - franchise) – (7,5x de pensioenaangroei) –de benutte basisruimte - het bedrag dat in het jaar wordt gedeblokkeerd uit een bedrijfsspaartegoed voor vrijwillige premiebetaling voor een individuele module van een pensioenregeling.


2. Inhaalruimte; daarbij wordt naar het verleden gekeken: is er wel voldoende pensioen opgebouwd? Volgens een bepaalde formule wordt bepaald of er in de afgelopen zeven jaar niet minder afgetrokken is dan mogelijk was op basis van de Jaarruimte. Als dat wel zo is dan levert ook dat extra aftrekbaarheid op als inhaalslag.


Voor meer informatie over jaarruimte berekening adviseren wij u de site:
n1-pensioen.nl/ te bezoeken.

jaarruimte berekening nieuws

Wijziging berekenen pensioentekort april 2003

Wijziging berekenen pensioentekort april 2003
Op 8 april 2003 heeft de staatssecretaris van Financiën een brief gestuurd aan de Tweede Kamer met betrekking tot de opgave van de factor A. De factor A is nodig om te berekenen of sprake is van een pensioentekort, met als doel dat een belastingplichtige in aanmerking kan komen voor lijfrentepremieaftrek op grond van de jaarruimte. Vorig jaar is hierover een amendement ingediend.In dit amendement werd voorgesteld om een eventueel pensioentekort niet meer te toetsen aan de pensioenaangroei (factor A) in het jaar waarin de aftrek van lijfrentepremie is gewenst (jaar t), maar om een eventueel pensioentekort te toetsen aan de factor A in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aftrek van lijfrentepremie is gewenst (jaar t-1).
Hierdoor zouden pensioenuitvoerders reeds in het relevante belastingjaar aan de belastingplichtige een opgave van de factor A kunnen doen. Inmiddels is het amendement Van Vroonhoven-Kok per 1 januari 2003 in de Wet IB 2001 opgenomen.
De staatssecretaris van Financiën merkt op dat het voor de belastingplichtige nog meer tijdwinst zou opleveren wanneer de inkomensgegevens van het jaar t-1 worden gebruikt. Dan hoeven belastingplichtigen namelijk niet meer de opgave van hun inkomen af te wachten.
Op grond van het voorgaande is de staatssecretaris, in overleg met het verzekeraars en pensioenfondsen tot het volgende voorstel gekomen. Voor alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek vanwege een pensioentekort, wordt uitgegaan van het kalenderjaar t-1. Dit geldt voor de factor A, de dotatie aan de FOR en voor de inkomensgegevens. De factor A moet door de pensioenverzekeraar binnen 10 maanden in het kalenderjaar waarop de premieaftrek betrekking heeft aan de belastingplichtige worden verstrekt. Een belastingplichtige kan de premies voor lijfrenten die binnen 3 maanden na afloop van het kalenderjaar zijn betaald of verrekend, bij de aangifte aanmerken als premies die zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar. Om dit te kunnen realiseren moet de Wet IB2001 worden aangepast. Vooruitlopend hierop zal de staatssecretaris zo snel mogelijk een goedkeuringsbesluit publiceren waarin wordt goedgekeurd dat voor het kalenderjaar 2003 belastingplichtigen bij de berekening van de jaarruimte uit mogen gaan van de inkomensgegevens van het jaar 2002. Dit betekent dat wat betreft de inkomensgegevens voor het kalenderjaar 2003 een eenmalig keuzeregime ontstaat: belastingplichtigen mogen kiezen of zij voor de inkomensgegevens aansluiten bij het kalenderjaar 2002 of 2003. Voor het jaar 2003 wordt, bij wijze van overgangsregeling, een terugwenteltermijn van 6 maanden gehanteerd. Daarna zal dus een terugwenteltermijn van drie maanden gaan gelden.


Meer verzekeringnieuws: offerte voor een klim spaarrekening

pensioen nieuws:

Claims tegen Ahold stapelen zich op

Uitgegeven: 6 mei 2004 16:32

ZAANDAM - De gevolgen van het boekhoudschandaal blijven Ahold achtervolgen. Niet alleen overheidsinstellingen onderzoeken Ahold, maar ook aandeelhouders, verzekeraars en zakenpartners zitten bovenop het bedrijf.

Uit het jaarverslag dat het supermarktconcern donderdag presenteerde, blijkt dat er recentelijk weer een nieuwe zaak bij is gekomen. De Amerikaanse verzekeraar American International Group (AIG) probeert via de rechter af te komen van een verzekering die Ahold in het jaar 2000 bij de overname van US Foodservice afsloot over de aansprakelijkheid. Het gaat om een bedrag van maximaal 100 miljoen dollar. De verzekeraar zegt dat er onjuiste mededelingen zouden zijn gedaan in verband met de uitgifte van de polis.

Boekhoudfraude

Ahold kwam vorig jaar diep in de problemen door boekhoudfraude. Het ging hierbij om gerommel met inkoopkortingen bij de Amerikaanse dochter US Foodservice. Verder bleken er geheime afspraken te bestaan bij gezamenlijke ondernemingen. Omzet kwam ten onrechte in de boeken. Naar aanleiding van de fraude traden er direct twee bestuurders af en het voortbestaan van Ahold hing een tijdje aan een zijden draad.

Beleggers zijn door de gebeurtenissen boos. In de Verenigde Staten zijn ze collectieve rechtszaken begonnen om schade vergoed te krijgen. Maar ook overheidsinstellingen achtervolgen Ahold. Het Amerikaanse ministerie van Justitie, de toezichthouder van de Amerikaanse effectenbeurs SEC, het ministerie van Werkgelegenheid, de effectenbeurs en de Amerikaanse National Association of Securities Dealers stelden onderzoeken in.

In Nederland kijkt het Openbaar Ministerie, Euronext en de toezichthouder AFM naar de fraude. Verder heeft de Vereniging van Effectenbezitters verschillende zaken lopen.

Disco

In Zuid-Amerika zijn de juridische problemen eveneens groot. Daar gaat het vooral over de overname van Disco, waar inmiddels beslag op is gelegd. Daarbij is Ahold ook in strafrechtelijke onderzoeken beland door fraude bij zakenpartners. Er lopen over Disco tal van zaken van beleggers en onderzoeken. In Argentinië heeft Ahold te maken met belastingaanslagen. De fiscus wil een bedrag van 165 miljoen euro als belasting over een emissie van obligaties.

Her en der over de wereld lopen ook nog andere geschillen. Daarbij gaat het om onder meer huren en contractbreuk. Zo steggelt een Scandinavische dochter met een zakenpartner over de dienstverlening bij vastgoedprojecten in Litouwen. Daarbij gaat het over een bedrag van 55 miljoen euro.

De voormalige bestuurders C. van der Hoeven en M. Meurs zijn bezig met een eventuele ontslagvergoeding. Daarvoor is er een onafhankelijk onderzoek ingesteld. Het afgelopen jaar kregen de voormalig bestuurders Van der Hoeven en Meurs nog loon tot de periode dat zij opstapten. Van der Hoeven kreeg in totaal 891.000 euro en Meurs 543.000 euro. In dat bedrag zat de betaling van de wettelijke opzegtermijn en kosten voor het pensioen.

De voormalig bestuurder J. Miller van US Foodservice wil een schadevergoeding van 10 miljoen dollar en eventueel nog meer. Hij stapte vorig jaar mei op naar aanleiding van de boekhoudproblemen. In het jaarverslag van Ahold staat dat Miller over 2003 een negatief loon kreeg van 1 miljoen euro.

Topman Anders Moberg verdiende vorig jaar ruim 3 miljoen euro. Hij werd per 1 mei aangesteld. In dat bedrag zit een flinke bonus van bijna 1,8 miljoen euro. Zijn basissalaris kwam uit op 981.000 euro in de acht maanden dat hij bij Ahold werkte. Verder kreeg hij verhuiskosten en reiskosten voor hem en zijn partner, 1 miljoen aandelenopties en 250.000 gewone aandelen Ahold.

De totale bezoldiging van de raad van bestuur kwam vorig jaar uit op 10,5 miljoen euro. Dat is bijna de helft minder dan in 2002. De bestuurder M. de Raad en ex-bestuurder J. Andreae kregen geen bonus. Er was wel een bedrag beschikbaar, maar dat is verrekend met te veel betaalde bonussen over eerdere jaren.

Ahold houdt op 2 juni een aandeelhoudersvergadering. Tijdens die bijeenkomst wil het bedrijf met K. de Segundo en R. Dahan twee nieuwe commissarissen voorstellen.


 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Terug naar Pensioen Online