jaarruimte berekening nieuws: Lijfrentekapitaal en de jaarruimte
Lijfrentekapitaal
en de jaarruimte
Tijdens de opbouwfase van de lijfrente (de periode dat er premie wordt betaald
of koopsommen gestort) wordt er een kapitaal opgebouwd dat ter beschikking komt
tijdens de uitkeringsperiode. Hoe hoog de lijfrente wordt hangt af van de
hoogte van het kapitaal dat wordt opgebouwd, maar ook van de vergoeding die de
verzekeraar geeft tijdens de uitkeringsperiode. Het kapitaal wordt namelijk
niet in één keer uitgekeerd maar in termijnen.
2. Inhaalruimte; daarbij wordt naar het verleden gekeken: is er wel voldoende
pensioen opgebouwd? Volgens een bepaalde formule wordt bepaald of er in de
afgelopen zeven jaar niet minder afgetrokken is dan mogelijk was op basis van
de Jaarruimte.
Als dat wel zo is dan levert ook dat extra aftrekbaarheid op als inhaalslag.
Voor meer informatie over jaarruimte berekening adviseren wij u de site:
n1-pensioen.nl/ te bezoeken.
jaarruimte berekening nieuws
Wijziging berekenen pensioentekort april 2003
Wijziging berekenen pensioentekort april 2003
Op 8 april 2003 heeft de staatssecretaris van Financiën een brief gestuurd aan
de Tweede Kamer met betrekking tot de opgave van de factor A. De factor A is
nodig om te berekenen of sprake is van een pensioentekort, met als doel dat een
belastingplichtige in aanmerking kan komen voor lijfrentepremieaftrek op grond
van de jaarruimte.
Vorig jaar is hierover een amendement ingediend.In dit amendement werd
voorgesteld om een eventueel pensioentekort niet meer te toetsen aan de
pensioenaangroei (factor A) in het jaar waarin de aftrek van lijfrentepremie is
gewenst (jaar t), maar om een eventueel pensioentekort te toetsen aan de factor
A in het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarin de aftrek van
lijfrentepremie is gewenst (jaar t-1).
Hierdoor zouden pensioenuitvoerders reeds in het relevante belastingjaar aan de
belastingplichtige een opgave van de factor A kunnen doen. Inmiddels is het
amendement Van Vroonhoven-Kok per 1 januari 2003 in de Wet IB 2001 opgenomen.
De staatssecretaris van Financiën merkt op dat het voor de belastingplichtige
nog meer tijdwinst zou opleveren wanneer de inkomensgegevens van het jaar t-1
worden gebruikt. Dan hoeven belastingplichtigen namelijk niet meer de opgave
van hun inkomen af te wachten.
Op grond van het voorgaande is de staatssecretaris, in overleg met het
verzekeraars en pensioenfondsen tot het volgende voorstel gekomen.
Voor alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek
vanwege een pensioentekort, wordt uitgegaan van het kalenderjaar t-1. Dit geldt
voor de factor A, de dotatie aan de FOR en voor de inkomensgegevens.
De factor A moet door de pensioenverzekeraar binnen 10 maanden in het
kalenderjaar waarop de premieaftrek betrekking heeft aan de belastingplichtige
worden verstrekt.
Een belastingplichtige kan de premies voor lijfrenten die binnen 3 maanden na
afloop van het kalenderjaar zijn betaald of verrekend, bij de aangifte
aanmerken als premies die zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar.
Om dit te kunnen realiseren moet de Wet IB2001 worden aangepast. Vooruitlopend
hierop zal de staatssecretaris zo snel mogelijk een goedkeuringsbesluit
publiceren waarin wordt goedgekeurd dat voor het kalenderjaar 2003 belastingplichtigen
bij de berekening van de jaarruimte uit mogen gaan van de inkomensgegevens van
het jaar 2002. Dit betekent dat wat betreft de inkomensgegevens voor het
kalenderjaar 2003 een eenmalig keuzeregime ontstaat: belastingplichtigen mogen
kiezen of zij voor de inkomensgegevens aansluiten bij het kalenderjaar 2002 of
2003. Voor het jaar 2003 wordt, bij wijze van overgangsregeling, een
terugwenteltermijn van 6 maanden gehanteerd. Daarna zal dus een
terugwenteltermijn van drie maanden gaan gelden.
ZAANDAM - De gevolgen van het boekhoudschandaal blijven Ahold
achtervolgen. Niet alleen overheidsinstellingen onderzoeken Ahold,
maar ook aandeelhouders, verzekeraars en zakenpartners zitten
bovenop het bedrijf.
Uit het jaarverslag dat het supermarktconcern donderdag
presenteerde, blijkt dat er recentelijk weer een nieuwe zaak bij is
gekomen. De Amerikaanse verzekeraar American International Group
(AIG) probeert via de rechter af te komen van een verzekering die
Ahold in het jaar 2000 bij de overname van US Foodservice afsloot
over de aansprakelijkheid. Het gaat om een bedrag van maximaal 100
miljoen dollar. De verzekeraar zegt dat er onjuiste mededelingen
zouden zijn gedaan in verband met de uitgifte van de polis.
Boekhoudfraude
Ahold kwam vorig jaar diep in de problemen door boekhoudfraude.
Het ging hierbij om gerommel met inkoopkortingen bij de Amerikaanse
dochter US Foodservice. Verder bleken er geheime afspraken te
bestaan bij gezamenlijke ondernemingen. Omzet kwam ten onrechte in
de boeken. Naar aanleiding van de fraude traden er direct twee
bestuurders af en het voortbestaan van Ahold hing een tijdje aan
een zijden draad.
Beleggers zijn door de gebeurtenissen boos. In de Verenigde
Staten zijn ze collectieve rechtszaken begonnen om schade vergoed
te krijgen. Maar ook overheidsinstellingen achtervolgen Ahold. Het
Amerikaanse ministerie van Justitie, de toezichthouder van de
Amerikaanse effectenbeurs SEC, het ministerie van Werkgelegenheid,
de effectenbeurs en de Amerikaanse National Association of
Securities Dealers stelden onderzoeken in.
In Nederland kijkt het Openbaar Ministerie, Euronext en de
toezichthouder AFM naar de fraude. Verder heeft de Vereniging van
Effectenbezitters verschillende zaken lopen.
Disco
In Zuid-Amerika zijn de juridische problemen eveneens groot.
Daar gaat het vooral over de overname van Disco, waar inmiddels
beslag op is gelegd. Daarbij is Ahold ook in strafrechtelijke
onderzoeken beland door fraude bij zakenpartners. Er lopen over
Disco tal van zaken van beleggers en onderzoeken. In Argentinië
heeft Ahold te maken met belastingaanslagen. De fiscus wil een
bedrag van 165 miljoen euro als belasting over een emissie van
obligaties.
Her en der over de wereld lopen ook nog andere geschillen.
Daarbij gaat het om onder meer huren en contractbreuk. Zo steggelt
een Scandinavische dochter met een zakenpartner over de
dienstverlening bij vastgoedprojecten in Litouwen. Daarbij gaat het
over een bedrag van 55 miljoen euro.
De voormalige bestuurders C. van der Hoeven en M. Meurs zijn
bezig met een eventuele ontslagvergoeding. Daarvoor is er een
onafhankelijk onderzoek ingesteld. Het afgelopen jaar kregen de
voormalig bestuurders Van der Hoeven en Meurs nog loon tot de
periode dat zij opstapten. Van der Hoeven kreeg in totaal 891.000
euro en Meurs 543.000 euro. In dat bedrag zat de betaling van de
wettelijke opzegtermijn en kosten voor het pensioen.
De voormalig bestuurder J. Miller van US Foodservice wil een
schadevergoeding van 10 miljoen dollar en eventueel nog meer. Hij
stapte vorig jaar mei op naar aanleiding van de boekhoudproblemen.
In het jaarverslag van Ahold staat dat Miller over 2003 een
negatief loon kreeg van 1 miljoen euro.
Topman Anders Moberg verdiende vorig jaar ruim 3 miljoen euro.
Hij werd per 1 mei aangesteld. In dat bedrag zit een flinke bonus
van bijna 1,8 miljoen euro. Zijn basissalaris kwam uit op 981.000
euro in de acht maanden dat hij bij Ahold werkte. Verder kreeg hij
verhuiskosten en reiskosten voor hem en zijn partner, 1 miljoen
aandelenopties en 250.000 gewone aandelen Ahold.
De totale bezoldiging van de raad van bestuur kwam vorig jaar
uit op 10,5 miljoen euro. Dat is bijna de helft minder dan in 2002.
De bestuurder M. de Raad en ex-bestuurder J. Andreae kregen geen
bonus. Er was wel een bedrag beschikbaar, maar dat is verrekend met
te veel betaalde bonussen over eerdere jaren.
Ahold houdt op 2 juni een aandeelhoudersvergadering. Tijdens die
bijeenkomst wil het bedrijf met K. de Segundo en R. Dahan twee
nieuwe commissarissen voorstellen.